Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de eerste maand huur, woninginrichting en overnamekosten van haar nieuwe woning. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees de aanvraag primair af wegens het ontbreken van een noodzakelijke verhuizing. In bezwaar werd gedeeltelijk bijzondere bijstand toegekend voor enkele meubels en een kookplaat, maar de kosten voor eerste maand huur en behang bleven afgewezen.
Eiseres betoogde dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege huiselijk geweld en bedreigingen in haar vorige woning, en dat zij destijds geen bijzondere bijstand had aangevraagd omdat zij in afwachting was van een definitieve woning. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende objectief bewijs leverde voor de noodzaak van de verhuizing. De enkele stelling over de tijdelijke aard van de vorige woning en de aangifte van bedreiging waren onvoldoende onderbouwd.
Omdat de verhuizing niet noodzakelijk was, hoefde het college niet te beoordelen of bijzondere omstandigheden of het ontbreken van middelen voor vergoeding aanwezig waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.