ECLI:NL:RBZWB:2022:4732
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid administratief medewerker
Eiser werkte tot 1 november 2019 als administratief medewerker en meldde zich op 6 november 2020 ziek vanwege burn-out en paniekaanvallen. Het UWV beëindigde op 18 maart 2021 de Ziektewetuitkering per 22 maart 2021, omdat eiser volgens medisch onderzoek weer arbeidsgeschikt was.
De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze beëindiging. Op basis van rapporten van een verzekeringsarts en een arts bezwaar en beroep van het UWV, die eigen medisch onderzoek verrichtten en informatie van de huisarts bestudeerden, concludeerde de rechtbank dat eiser geschikt is om zijn eigen arbeid te verrichten. De geclaimde psychische beperkingen konden niet worden geobjectiveerd.
Eiser stelde dat het UWV te vroeg had besloten en dat informatie van zijn behandelaar Mentaal Beter niet was betrokken. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor afwijkende medische informatie die het oordeel van het UWV zou ondermijnen. Er was geen lopende behandeling met beduidend effect op arbeidsmogelijkheden en geen beredeneerd afwijkend standpunt van behandelend arts.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 22 maart 2021. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Ziektewetuitkering per 22 maart 2021 beëindigd.