Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam], wonende te ( [postcode] ) Prinsenbeek, [straatnaam + huisnummer] ,
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 498,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een kort geding waarin de verhuurder, Woningbouwvereniging Laurentius, vorderde dat de huurder, vertegenwoordigd door bewindvoerders Kubus, de woning in Prinsenbeek ontruimt. Dit naar aanleiding van de vondst van 5,5 kg hennep in de woning, een hoeveelheid die ruim boven de toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik ligt. Tevens was er sprake van een huurachterstand van €300.
De huurder voerde verweer dat hij niet op de hoogte was van de hennep en dat hij de woning tijdelijk ter beschikking had gesteld aan een oude bekende. Hij stelde dat hij in begeleiding was en dat het behoud van de woning essentieel was voor zijn re-integratie. De kantonrechter oordeelde echter dat de huurder tekort was geschoten in zijn verplichtingen en dat de aanwezigheid van een dergelijke hoeveelheid drugs een ernstig gevaar vormt voor de leefomgeving.
De rechtbank stelde vast dat het spoedeisend belang van de verhuurder voldoende was, mede vanwege het zero-tolerancebeleid en de schaarste aan sociale huurwoningen. De gevorderde contractuele boete werd afgewezen omdat het boetebeding te algemeen was en het evenwicht tussen partijen verstoorde. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van de huurachterstand en gebruiksvergoeding, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand en gebruiksvergoeding, terwijl de contractuele boete wordt afgewezen.