Op 10 november 2021 heeft verdachte opzettelijk brand gesticht in haar woning te Breda, waardoor gevaar voor goederen en levensgevaar voor bewoners van aangrenzende woningen ontstond. Verdachte was op dat moment alleen in de woning aanwezig. Haar alternatieve scenario dat anderen de brand zouden hebben gesticht, werd door de rechtbank als ongeloofwaardig verworpen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de brandstichting heeft gepleegd, maar nam op basis van een rapportage van het Pieter Baan Centrum aan dat verdachte ten tijde van het feit psychotisch was en daardoor niet toerekeningsvatbaar. De rechtbank ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging wegens haar ernstige en langdurige psychiatrische problematiek.
Gezien de ernst van het feit, het hoge recidiverisico en het ontbreken van ziektebesef, legde de rechtbank een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op. Dit kader biedt de noodzakelijke langdurige behandeling en waarborgt de veiligheid van de maatschappij.
De rechtbank oordeelde dat een tbs met voorwaarden onvoldoende was vanwege het ontbreken van motivatie voor medicatie en het gevaar voor de samenleving. De maatregel kan langer dan vier jaar duren gezien het misdrijf en de problematiek van verdachte.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 16 augustus 2022.