Verzoeker exploiteert winkels aan twee panden in Middelburg en heeft voorwerpen uitgestald op de openbare weg, zowel op het grijze als het rode weggedeelte. Het college legde een last onder dwangsom op en vorderde een dwangsom van €10.000 wegens overtreding van artikel 2.5 van de APV. Verzoeker betwistte de rechtmatigheid van de last en de hoogte van de dwangsom en stelde dat het grijze gedeelte eigendom is van de panden en dat elders in de stad vergelijkbare uitstallingen worden gedoogd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het grijze gedeelte als weg in de zin van de APV moet worden beschouwd en dat het verbod op uitstallen in het algemeen belang is, met name verkeersveiligheid. De overtreding was niet gerechtvaardigd en het college was bevoegd tot handhaving. De gedoogafspraken waren door verzoeker overtreden, en er was geen sprake van willekeur. Wel ontbrak een deugdelijke motivering voor de hoogte van de dwangsom, die bovendien disproportioneel werd geacht.
Daarom werden de bestreden besluiten geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is bindend en niet vatbaar voor hoger beroep.