Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Uitspraak van 1 februari 2022 van de enkelvoudige kamer in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar.
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag OZB brekend naar een heffingsgrondslag OZB G van € 43.000 en een heffingsgrondslag OZB E naar een heffingsgrondslag van € 232.000;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.784,55;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade van € 454,55;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade van