ECLI:NL:RBZWB:2022:4773
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt tijdige beslissing op bezwaar WIA-uitkering en legt dwangsom op
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen het besluit over haar WIA-uitkering. Het bezwaar werd ingediend op 21 oktober 2021, terwijl verweerder uiterlijk 12 april 2022 had moeten beslissen, inclusief een termijnverlenging. Nadat eiseres verweerder op 13 april 2022 in gebreke stelde en twee weken verstreken waren zonder besluit, werd het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog moet beslissen, maar verlengt deze termijn naar 5 oktober 2022 vanwege de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging met een fysieke hoorzitting, die op 24 augustus 2022 zal plaatsvinden. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
Verweerder heeft al een dwangsombeschikking genomen en zal €1.442 aan dwangsommen betalen. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van €50 en proceskosten van €379,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank kwalificeert het geschil als licht, conform jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 15 augustus 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Verweerder moet uiterlijk 5 oktober 2022 beslissen op het bezwaar en betaalt een dwangsom bij overschrijding.