ECLI:NL:RBZWB:2022:4779
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering en last onder dwangsom voor illegale luifel horecagelegenheid
Eiser, exploitant van een horecagelegenheid, vroeg een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een luifel die aan de voorzijde van het pand is geplaatst. Het college weigerde de vergunning omdat de luifel in strijd is met het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand. Tevens legde het college een last onder dwangsom op om de luifel te verwijderen.
Eiser stelde dat de luifel vergunningsvrij was en dat de vergunning van rechtswege was verleend. De rechtbank oordeelde dat de luifel geen zonwering is en zich in het voorerfgebied bevindt, waardoor vergunningsvrij bouwen niet van toepassing is. Ook is geen vergunning van rechtswege verleend omdat de juiste voorbereidingsprocedure is gevolgd.
Het college verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk vanwege een evidente privaatrechtelijke belemmering: de luifel staat grotendeels op gemeentelijke grond zonder toestemming. De rechtbank bevestigde dat het college bevoegd was een nieuw besluit te nemen en dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld.
Ten aanzien van de last onder dwangsom oordeelde de rechtbank dat eiser als huurder en exploitant feitelijk in staat is de overtreding te beëindigen en daarom als overtreder kan worden aangemerkt. De beroepen zijn ongegrond verklaard, de dwangsom blijft van kracht en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van de omgevingsvergunning en de last onder dwangsom worden ongegrond verklaard en de dwangsom blijft van kracht.