Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Uitspraak van 1 februari 2022 van de enkelvoudige kamer in het geding tussen
[belanghebbende] , wonende te [plaats 1] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats 1] , de heffingsambtenaar.
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 454,55;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 545,45;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 270,50;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 270,50;
- gelast dat de heffingsambtenaar de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoedt, zijnde € 24,-;
- gelast dat de Staat der Nederlanden de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoedt, zijnde € 24,-.