Belanghebbende, die een deel van 2017 in Nederland heeft gewoond en gewerkt, ontving inkomsten uit Nederland en Polen. Hij diende een aangifte IB/PVV 2017 in via een C-Biljet. De inspecteur stelde de aanslag vast op basis van deze aangifte en legde belastingrente op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. De inspecteur nam het bezwaar in behandeling als een verzoek om ambtshalve vermindering en wees dit af.
Na correspondentie en een verminderingsbeschikking van de inspecteur werd het beroep bij de rechtbank ingediend. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is omdat een eerder ingediende e-mail als beroepschrift had moeten worden aangemerkt. Tijdens de procedure overwoog de rechtbank dat de inspecteur alsnog tot verdere vermindering van de aanslag was overgegaan, wat resulteerde in een te ontvangen bedrag van € 1.513.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en droeg de inspecteur op de aanslag en belastingrente te verminderen conform de laatste verminderingsbeschikking. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen kostenvergoeding was aangevraagd of aannemelijk gemaakt.