ECLI:NL:RBZWB:2022:4808
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken onmiddellijke in- en uitstaptijd
De heffingsambtenaar van de gemeente Breda legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op van €66,00 omdat op een parkeerplaats geen parkeerbelasting was voldaan. Belanghebbende voerde aan dat hij slechts kort stil stond om een slecht ter been zijnde persoon op te halen en dat het onrealistisch was binnen die korte tijd een parkeerapp te activeren.
De rechtbank overwoog dat het stilstaan zonder daadwerkelijk onmiddellijk in- of uitstappen als parkeren moet worden aangemerkt. De bewijslast dat sprake was van onmiddellijk in- en uitstappen ligt bij belanghebbende, die hier niet in slaagde. Foto’s van de scanauto toonden geen aanwijzingen voor onmiddellijk in- of uitstappen.
Volgens vaste jurisprudentie omvat onmiddellijk in- en uitstappen alleen handelingen zoals het openen en sluiten van portieren en direct plaatsnemen in de auto. Wachten of het enkele minuten achterlaten van de auto valt hier niet onder. Ook werd niet aannemelijk gemaakt dat de passagier slecht ter been was.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag heeft opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter R.P. Broeders op 15 september 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting.