ECLI:NL:RBZWB:2022:4809
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens te late betaling
Belanghebbende parkeerde zijn auto op 16 juni 2021 op een parkeerterrein waar parkeerbelasting verschuldigd is van 09.00 tot 18.00 uur. Tijdens een controle werd geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan. Belanghebbende stelde dat hij de parkeerbelasting alsnog had voldaan in de middag via een parkeerapp, maar was vergeten deze bij aanvang te activeren.
De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van €64,83, bestaande uit €0,33 belasting en €64,50 kosten, en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank toetste het beroep aan de Parkeerverordening Breda 2021, waarin is bepaald dat de belasting bij aanvang van het parkeren moet worden voldaan door het in werking stellen van de parkeerapparatuur.
De rechtbank oordeelde dat het te laat activeren van de parkeerapp niet voldoet aan de verplichting om de belasting bij aanvang te voldoen. Hierdoor was de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de belasting niet bij aanvang van het parkeren is voldaan.