ECLI:NL:RBZWB:2022:4835
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na verkeersongeval
Verzoekster werd geconfronteerd met een besluit van het CBR waarin zij werd verplicht mee te werken aan een rijvaardigheidsonderzoek en haar rijbewijs voorlopig werd geschorst. Dit besluit volgde op een melding van de politie over een incident waarbij verzoekster met haar voertuig een gevel van een sportschool had geramd.
Tijdens de zitting gaf verzoekster aan geen pedaal te hebben ingetrapt, terwijl de politie meldde dat zij het gaspedaal in plaats van de rem had bediend. De gemachtigde van verzoekster stelde dat het gaspedaal mogelijk te abrupt was ingetrapt. De voorzieningenrechter concludeerde dat het incident onomstotelijk door handelen of nalaten van verzoekster was veroorzaakt, ongeacht welk scenario juist was.
Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 is het CBR verplicht een onderzoek te gelasten en het rijbewijs te schorsen bij een gegrond vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid of geschiktheid. De voorzieningenrechter oordeelde dat geen uitzonderlijke omstandigheden waren om hiervan af te wijken en wees het verzoek af. Verzoekster mag haar rijbewijs niet gebruiken tot de uitslag van het onderzoek bekend is.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs wordt afgewezen; rijbewijs blijft geschorst tot uitslag onderzoek bekend is.