ECLI:NL:RBZWB:2022:4842
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister tot vergoeding proceskosten na kwijtschelding lening in inburgeringszaak
Verzoeker had beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin een lening werd opgelegd wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht. De minister had de bezwaren van verzoeker deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard en het verzoek om kwijtschelding afgewezen.
Naar aanleiding van een brief van de minister waarin werd toegezegd de lening volledig te kwijtschelden vanwege de inspanningen van verzoeker, trok verzoeker het beroep in met het verzoek om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de minister aan het beroep tegemoet was gekomen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe.
De proceskosten werden vastgesteld op €1.518,- voor de rechtsbijstandverlener, exclusief het griffierecht dat de minister ook moet vergoeden. De rechtbank zag geen aanleiding om proceskosten te vergoeden die verzoeker in bezwaar had gemaakt, omdat de besluiten niet waren herroepen wegens onrechtmatigheid van de minister.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad €1.518,- na volledige kwijtschelding van de lening.