ECLI:NL:RBZWB:2022:4856
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoekster diende een aanvraag om compensatie van de transitievergoeding in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, welke op 22 juli 2021 werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde het bestuursorgaan het bezwaar ongegrond op 16 december 2021. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit. Vervolgens herzag het bestuursorgaan het bestreden besluit op 21 april 2022 en kende alsnog de compensatie toe, waarna verzoekster het beroep introk met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij is vastgesteld dat het bestuursorgaan geheel tegemoet is gekomen aan het beroep. De rechtbank heeft het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen en het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor de beroepsfase.
De proceskostenvergoeding is vastgesteld op €759,-, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €759,- en een wegingsfactor van 1. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van €365,- door het bestuursorgaan vergoed moet worden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het bestuursorgaan dient te wenden.
Uitkomst: Het bestuursorgaan is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ten bedrage van €759,-.