ECLI:NL:RBZWB:2022:4875
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens geparkeerde auto ondanks betwisting in- en uitstappen
Belanghebbende kreeg op 26 mei 2021 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij met zijn auto zonder betaling stil stond in een parkeervak in Tilburg. Hij stelde dat hij niet geparkeerd had, maar slechts onmiddellijk personen had in- en uit laten stappen. Ter onderbouwing overhandigde hij het lesrooster van het bedrijf waar zijn dochter en haar vriendin een les volgden die precies om 19:45 uur eindigde.
De rechtbank beoordeelde de aangevoerde gronden en stelde vast dat de heffingsambtenaar de bewijslast droeg om aan te tonen dat sprake was van parkeren. De ambtenaar leverde foto’s van een scanauto aan waarop te zien was dat de auto stilstond, maar niet dat personen in- of uitstapten. De rechtbank oordeelde dat onder 'onmiddellijk in- of uitstappen' alleen daadwerkelijke handelingen van in- of uitstappen worden verstaan, wat op de foto’s niet zichtbaar was.
Ook het argument van belanghebbende dat hij nog in de auto zat, maakte niet dat er geen sprake was van parkeren, aangezien parkeren ook geldt als de auto met draaiende motor stilstaat. Gezien deze feiten concludeerde de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank zag geen reden voor vergoeding van griffierecht of proceskosten en maakte de uitspraak zonder zitting omdat er voldoende informatie was. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting.