Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het gehele tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van ontucht gepleegd met zijn minderjarige dochter in de periode van oktober 2019 tot september 2021. De tenlastelegging werd gewijzigd en de zaak inhoudelijk besproken op 18 augustus 2022.
De officier van justitie baseerde haar bewijs op de verklaring van de minderjarige dochter en de moeder, aangevuld met de feitelijke gang van zaken binnen het gezin. De verdediging betwistte de wettigheid van het bewijs en stelde dat opzet niet bewezen kon worden.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het jonge meisje als één bewijsmiddel geldt, maar dat er geen aanvullend steunbewijs is. Het feit dat het meisje bij haar vader in bed sliep was een normale gezinssituatie en onvoldoende specifiek. Vage gedragsveranderingen konden niet aan ontucht worden toegeschreven. De verklaringen van verdachte over de herkomst van de verklaringen waren giswerk en konden niet tegen hem worden gebruikt.
Daarom vond de rechtbank geen wettig en overtuigend bewijs voor ontucht en sprak verdachte vrij van de gehele tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontucht.