Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verzoek
2.De beoordeling
haar hoedanigheid van bewindvoerder van
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 20 juni 2022 diende Bewindvoeringskantoor Noord-Brabant B.V., als bewindvoerder van een rechthebbende woonachtig in Nederland, een verzoek in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant om machtiging te verkrijgen om namens deze rechthebbende een nalatenschap te verwerpen. De nalatenschap is in België opengevallen na het overlijden van de overledene aldaar.
De bewindvoerder stelde dat de rechthebbende geen contact had met de overledene, dat de nalatenschap waarschijnlijk negatief is en dat de rechthebbende niet in staat is de nalatenschap te vereffenen. De Belgische nalatenschap valt onder Belgisch recht, maar de kantonrechter oordeelde dat zij bevoegd is het verzoek te behandelen op grond van het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000 en het Nederlandse recht.
De kantonrechter concludeerde dat de machtiging kan worden verleend en dat de bewindvoerder de verwerping kan inschrijven in het Nederlandse boedelregister. Tevens moet de bevoegde Belgische autoriteit binnen de daarvoor geldende termijn worden geïnformeerd. De beschikking is op 14 juli 2022 uitgesproken en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Machtiging verleend aan bewindvoerder om namens onder bewind gestelde erfgenaam nalatenschap te verwerpen.