ECLI:NL:RBZWB:2022:497

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 januari 2022
Publicatiedatum
2 februari 2022
Zaaknummer
C/02/326606 / FA RK 17-612
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 819 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verbetering echtscheidingsbeschikking wegens ontbreken kennelijke fout

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot verbetering van een echtscheidingsbeschikking uit 2017. De vrouw verzocht om opname van het echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan in de beschikking, omdat deze destijds slechts waren aangehecht. De rechtbank beoordeelde dit als een verzoek tot verbetering ex artikel 31 Rv Pro.

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout zoals een schrijffout of rekenfout die eenvoudig hersteld kon worden. Uit het dossier bleek dat de vrouw destijds alleen had verzocht om aanhechting, niet om opname in de beschikking. De procedure ex artikel 31 Rv Pro is niet geschikt om alsnog opname te bewerkstelligen.

De rechtbank wees het verzoek daarom af. De beslissing werd gegeven door rechter M.J.L. Holierhoek en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 12 januari 2022.

Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van de echtscheidingsbeschikking wordt afgewezen wegens het ontbreken van een kennelijke fout.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/326606 / FA RK 17-612
Beschikking d.d. 12 januari 2022 op verzoek tot verbetering van een beschikking
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.W.A. Verhaard, gevestigd te Vlissingen,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M.C.M.E. Schijvenaars, gevestigd te Vlissingen.

1.Het procesverloop

1.1.
In deze zaak heeft de rechtbank bij beschikking van 3 maart 2017 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
1.2.
Bij brief van 1 november 2021 heeft mr. Verhaard namens de vrouw de rechtbank verzocht om de echtscheidingsbeschikking van 3 maart 2017 te herstellen. Volgens de vrouw heeft de rechtbank volstaan met het aanhechten van het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan aan die beschikking, terwijl deze, zo begrijpt de rechtbank, in de beschikking hadden moeten worden opgenomen. De vrouw heeft gesteld dat er sprake is van een kennelijke vergissing.
1.3.
De man is in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
1.4
Omdat de rechter die de beschikking van 3 maart 2017 heeft gegeven inmiddels is gedefungeerd, wordt de onderhavige beschikking gegeven door een andere rechter.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank vat het verzoek van de vrouw op als een verzoek tot verbetering van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke schrijffout, rekenfout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens de Memorie van toelichting bij artikel 31 Rv Pro is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of ander kennelijke fout sprake ingeval van zeer duidelijke verschrijvingen of (reken)fouten waarbij voor partijen en derden direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing, en die zich voor eenvoudig herstel lenen. Dat is hier niet het geval.
2.3.
Uit de stukken blijkt dat mr. Verhaard namens de vrouw bij het op 3 februari 2017 ingediende verzoekschrift heeft verzocht het door partijen ondertekende ouderschapsplan d.d. 23 januari 2017 en het echtscheidingsconvenant d.d. 17 januari 2017 te hechten aan de door de rechtbank te wijzen uitspraak. De vrouw heeft niet verzocht om opname van het convenant en het ouderschapsplan in de beschikking.
2.4.
Het Procesreglement Scheiding vermeldt in paragraaf 11.1, onder verwijzing naar art. 819 Rv Pro: “Bij toewijzing van
een verzoek tot opneming van het convenant c.q. het ouderschapsplan in de beschikking, zal dit geschieden door opneming in het dictum van een bepaling dat het convenant c.q. het ouderschapsplan als in de beschikking opgenomen moet worden beschouwd onder verwijzing naar en met aanhechting van een kopie van het overgelegde convenant c.q. het ouderschapsplan aan de beschikking.” Art. 819 Rv Pro luidt: “De rechter kan
op verzoek van de echtgenoten of van een van hende getroffen onderlinge regelingen, daaronder begrepen afspraken omtrent uitkeringen tot levensonderhoud en omtrent de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige, geheel of gedeeltelijk in de beschikking
opnemen.
2.5.
De rechtbank stelt vast dat de vrouw destijds alleen heeft verzocht het convenant en het ouderschapsplan aan de beschikking te hechten en niet om deze in de beschikking op te nemen. Deze opname beoogt zij thans met de verzochte verbetering alsnog te bewerkstelligen. Hiervoor leent zich de procedure ex artikel 31 Rv Pro niet. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.L. Holierhoek, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.E. Knops-Pijper, griffier, op 12 januari 2022.