ECLI:NL:RBZWB:2022:4984
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens verlenging inburgeringstermijn
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag tot verlenging van de inburgeringstermijn door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Na een primair besluit en een bestreden besluit waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de procedure gaf de minister aan het beroep geheel tegemoet te komen door alsnog de inburgeringstermijn te verlengen. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht zij om vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister aan het beroep was tegemoetgekomen en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.300,- voor beroepsmatige rechtsbijstand, exclusief het griffierecht dat de minister apart moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 26 augustus 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster van € 1.300,-.