ECLI:NL:RBZWB:2022:5049
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 28 december 2020 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst had op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 28 december 2021 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de Belastingdienst op 6 januari 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Hoewel de Belastingdienst een verlenging van dertien weken verzocht vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de noodzaak van zorgvuldige behandeling, acht de rechtbank een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij verdere overschrijding.
Daarnaast moet de Belastingdienst het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden en een proceskostenvergoeding van €379,50 betalen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.