ECLI:NL:RBZWB:2022:505
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde 2020 conform vaststellingsovereenkomst ongegrond verklaard
De heffingsambtenaar van de gemeente Veere stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak voor het kalenderjaar 2020 vast op €4.200.000,-. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat tussen partijen een vaststellingsovereenkomst is gesloten over de WOZ-waarde voor de jaren 2018 tot en met 2020, waarbij de waarde voor 2020 is vastgesteld op €4.200.000,-. De waardepeildatum is 1 januari 2019, vóór het uitbreken van de coronapandemie. Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog zou zijn vanwege de coronapandemie, maar dit standpunt wordt verworpen omdat de waardepeildatum niet in de pandemie ligt.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen procesbelang heeft bij voortzetting van het beroep, omdat de vaststellingsovereenkomst bindend is en geen concrete gronden zijn aangevoerd om deze te doorbreken. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor behandeling van bezwaar en beroep niet is overschreden, zodat het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde 2020 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.