ECLI:NL:RBZWB:2022:507
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen WOZ-waarde vaststelling 2020 ondanks coronapandemie
De heffingsambtenaar van de gemeente Middelburg stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak voor het kalenderjaar 2020 vast op €4.415.000,-. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank constateerde dat tussen partijen een vaststellingsovereenkomst was gesloten waarin de WOZ-waarde voor de jaren 2018 tot en met 2020 was overeengekomen. Deze waarde was lager dan de waarde in de vaststellingsovereenkomst, en de waardepeildatum lag op 1 januari 2019, vóór de coronapandemie. Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld zonder rekening te houden met de gevolgen van de pandemie, maar dit werd niet gevolgd omdat de waardepeildatum vóór de pandemie lag.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende geen concreet procesbelang meer had en dat het beroep kennelijk ongegrond moest worden verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af omdat de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van bezwaar en beroep niet was overschreden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde 2020 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.