ECLI:NL:RBZWB:2022:5077
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het beroep tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020
Belanghebbende maakte beroep tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020, nadat de inspecteur het bezwaar ongegrond had verklaard en de aanslag had gehandhaafd.
De voorlopige aanslag was ambtshalve opgelegd op basis van de gegevens van 2019, leidend tot een teruggaaf. De definitieve aanslag, conform de ingediende aangifte, leidde tot een terug te betalen bedrag. Belanghebbende stelde dat de voorlopige aanslag te laag was en dat het systeem van de Belastingdienst onvoldoende mogelijkheden bood om deze tussentijds te corrigeren.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende tijdig wijzigingen had moeten doorgeven conform artikel 24 Uitvoeringsregeling Pro AWR en dat het elektronische biljet voor herziening van de voorlopige aanslag niet onredelijk bezwarend is. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de definitieve aanslag in stand. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de definitieve aanslag IB/PVV 2020 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.