ECLI:NL:RBZWB:2022:508
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen WOZ-waarde en verzoek immateriële schadevergoeding gemeente Steenbergen
De heffingsambtenaar van de gemeente Steenbergen stelde de WOZ-waarden van vier onroerende zaken vast voor het jaar 2020, waartegen belanghebbende bezwaar maakte. Na gedeeltelijke verlaging en intrekking van enkele WOZ-beschikkingen, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de procedure stemde belanghebbende in met een verlaging van de WOZ-waarde van één object en werden de beschikkingen van twee andere objecten vernietigd. De rechtbank stelde vast dat hierdoor het procesbelang voor deze objecten was komen te vervallen, waardoor het beroep op deze punten niet ontvankelijk werd verklaard of ongegrond.
Belanghebbende voerde aan dat de coronapandemie onvoldoende werd meegewogen bij de waardebepaling, maar de rechtbank oordeelde dat partijen juist tijdens de pandemie overeenstemming bereikten over de waarde, waardoor dit standpunt onvoldoende was.
Ten aanzien van het verzoek om immateriële schadevergoeding stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep niet was overschreden en dat de spanningen bij belanghebbende waren beëindigd, waardoor het verzoek werd afgewezen.
De rechtbank wees het beroep tegen de WOZ-waarde van het eerste object af, verklaarde de beroepen tegen de andere twee objecten niet-ontvankelijk en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard, de beroepen tegen andere WOZ-beschikkingen niet-ontvankelijk en het verzoek om immateriële schadevergoeding is afgewezen.