ECLI:NL:RBZWB:2022:5089
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 9 april 2021 waarin haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 10 augustus 2022 en daarbij onder meer medische rapporten en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 28 december 2020 betrokken.
De medische beoordeling door een arts SMZ en een verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat eiseres lichte knieklachten heeft met beperkte belastbaarheid, maar onvoldoende om een urenrestrictie toe te passen. De FML werd aangepast met aanvullende voorwaarden voor zitten vanwege patellofemorale artrose. Eiseres stelde dat het UWV onvoldoende medische informatie had opgevraagd en dat haar beperkingen tot meer pijn en energieverlies leiden, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde dat eiseres geschikt is voor drie functies die passen bij haar beperkingen. Op basis van de verdiencapaciteit in deze functies werd de arbeidsongeschiktheid op 0% vastgesteld. Omdat dit onder de 35% ligt, is de WIA-uitkering terecht geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding en griffierecht af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.