ECLI:NL:RBZWB:2022:5168
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 17 mei 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen moest binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van zes maanden. Deze termijn werd verlengd tot uiterlijk 17 mei 2022, maar verweerder heeft niet binnen deze termijn beslist.
Eiseres stelde verweerder op 17 mei 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank draagt verweerder op alsnog binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen.
Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de benodigde zorgvuldigheid, maar de rechtbank acht acht weken redelijk. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Verder moet verweerder het betaalde griffierecht van € 50,- en proceskosten van € 379,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het landelijk beleid betreffende de hoogte van de dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter Van de Sande en openbaar gemaakt op 2 september 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst/Toeslagen wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.