ECLI:NL:RBZWB:2022:5169
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 2 april 2021 een aanvraag ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, had uiterlijk op 2 oktober 2021 moeten beslissen, maar verlengde deze termijn eenmalig tot 2 april 2022. Na het verstrijken van deze termijn stelde eiseres verweerder op 2 april 2022 in gebreke.
Verweerder ontving de ingebrekestelling op 7 april 2022, waarna twee weken verstreken zonder dat een besluit werd genomen. Eiseres stelde daarom beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist.
De rechtbank draagt verweerder op binnen negen weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoeden.
Verweerder had verzocht om een langere beslistermijn van twaalf weken vanwege het grote aantal verzoeken en de noodzaak tot zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van negen weken redelijk, mede gezien de reeds verzonden vooraankondiging van definitieve compensatie aan eiseres.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het landelijk beleid omtrent de hoogte van de dwangsom. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen negen weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.