ECLI:NL:RBZWB:2022:5176
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 6 april 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, verlengbaar met zes maanden, een besluit genomen. De termijn liep uiterlijk tot 6 april 2022.
Eiseres stelde verweerder op 1 april 2022 in gebreke, welke ingebrekestelling op 11 april 2022 werd ontvangen. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling niet prematuur was en dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank draagt verweerder op binnen tien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder om een langere termijn van dertien weken af en ziet geen aanleiding om de dwangsom te verlagen of te verlengen bij vertraging door eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.