ECLI:NL:RBZWB:2022:5203
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar aanvullende werkelijke schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst op zijn bezwaar van 17 november 2021 tegen een beschikking aanvullende werkelijke schadevergoeding. De rechtbank overweegt dat eiser te vroeg in beroep is gegaan, omdat de wettelijke termijn van twee weken na ingebrekestelling nog niet was verstreken. Desondanks verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk omdat de termijn inmiddels wel is verstreken en verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn, die door overleg was verlengd tot 1 april 2022, is overschreden. Eiser heeft op 28 april 2022 ingebrekestelling gedaan, die op 4 mei 2022 is ontvangen. Twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling zijn verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
Daarom wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van €100 betalen, met een maximum van €15.000. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van €50 aan eiser vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.