ECLI:NL:RBZWB:2022:5238

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 september 2022
Publicatiedatum
9 september 2022
Zaaknummer
AWB- 22_4044 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening eervol ontslag ambtenaar politie

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de korpschef van politie om hem eervol ontslag te verlenen en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten dat een zitting achterwege kon blijven.

Verzoeker voerde aan dat het verlies van een loopbaan in loondienst een ingrijpende gebeurtenis is en dat het spoedeisend belang ook lag in het behoud van RTPG-certificaten, die bij ontslag zouden kunnen verlopen. Daarnaast gaf hij aan dat hij een WW-uitkering heeft aangevraagd en niet in financiële problemen verkeert.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het verlies van een baan op zichzelf niet voldoende is voor spoedeisendheid en dat het argument over het verlopen van certificaten onvoldoende onderbouwd was. Ook als certificaten zouden verlopen, zou dat niet automatisch een spoedeisend belang opleveren omdat het risico dan bij de werkgever ligt.

Gelet op deze overwegingen was onvoldoende aannemelijk dat er sprake was van onverwijlde spoed. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot eervol ontslag is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/4044 AW VV

uitspraak van 8 september 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,

gemachtigde: mr. R.A.J. Zomer,
en

de korpschef van politie, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 juli 2022 (bestreden besluit) van de korpschef inzake het aan hem verleende eervol ontslag. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
2. Bij brief van 5 september 2022 heeft verzoeker, desgevraagd, een toelichting gegeven op het spoedeisend belang. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat het verlies van een loopbaan in loondienst een van de meest ingrijpende gebeurtenissen is in het leven van mensen en dat alleen daarom al sprake is van een spoedeisend belang. Verder heeft verzoeker opgemerkt dat de spoed ook gelegen is in het behoud van RTPG-certificaten. Door in dienst te blijven, blijven deze certificaten geldig. Als de certificaten verlopen, duurt het nog maanden om de certificaten weer te behalen. Verzoeker heeft verder aangegeven dat hij een WW-uitkering heeft aangevraagd. Hij verkeert niet in financiële problemen.
3. Uit de reactie van verzoeker blijkt dat er geen financieel spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter zal daarom beoordelen of de door verzoeker aangevoerde argumenten maken dat aangenomen moet worden dat er sprake is van onverwijlde spoed.
4. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat het verlies van een baan een ingrijpende gebeurtenis is, betekent dit niet zonder meer dat er sprake is van een spoedeisend belang. Indien in een bezwaarprocedure het bestreden besluit zou worden herroepen, zullen de negatieve gevolgen van het eerder gegeven ontslag ongedaan gemaakt worden. Voor het aannemen van spoedeisendheid is meer nodig dan alleen het verlies van een baan.
5. Het argument dat certificaten zullen verlopen is niet onderbouwd. Niet gesteld of gebleken is dat er gedurende de duur van de bezwaarprocedure daadwerkelijk certificaten zullen verlopen. Overigens zou, ook als er tijdens de bezwaarprocedure wel certificaten zouden verlopen, dit niet zonder meer een spoedeisend belang opleveren. Indien zou blijken dat het ontslag onterecht is gegeven, dient het ontbreken van die certificaten immers voor rekening en risico van de werkgever te blijven. De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat het wachten op de beslissing op bezwaar zodanig nadelig is voor verzoeker dat de behandeling van de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.
6. Gelet op alles wat hiervoor is overwogen is onvoldoende gebleken dat er sprake is van onverwijlde spoed. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 8 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.