ECLI:NL:RBZWB:2022:5238
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening eervol ontslag ambtenaar politie
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de korpschef van politie om hem eervol ontslag te verlenen en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten dat een zitting achterwege kon blijven.
Verzoeker voerde aan dat het verlies van een loopbaan in loondienst een ingrijpende gebeurtenis is en dat het spoedeisend belang ook lag in het behoud van RTPG-certificaten, die bij ontslag zouden kunnen verlopen. Daarnaast gaf hij aan dat hij een WW-uitkering heeft aangevraagd en niet in financiële problemen verkeert.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verlies van een baan op zichzelf niet voldoende is voor spoedeisendheid en dat het argument over het verlopen van certificaten onvoldoende onderbouwd was. Ook als certificaten zouden verlopen, zou dat niet automatisch een spoedeisend belang opleveren omdat het risico dan bij de werkgever ligt.
Gelet op deze overwegingen was onvoldoende aannemelijk dat er sprake was van onverwijlde spoed. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot eervol ontslag is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.