Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking en gerelateerde aanslagen van de gemeente Veere. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank beoordeelde of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht was.
De bezwaartermijn bedraagt zes weken en begint te lopen vanaf de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet. Het bezwaarschrift was gedateerd op 1 april 2021 en werd op 7 april 2021 ontvangen, zonder leesbaar poststempel op de enveloppe. Dit was niet binnen de termijn van zes weken en niet tijdig volgens de wettelijke voorwaarden. Belanghebbende gaf geen verontschuldiging voor de late indiening.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Voor het beroep tegen de ambtshalve beslissing tot WOZ-beschikkingvermindering verklaarde de rechtbank zich onbevoegd. Voor het bezwaar tegen de aanslagen watersysteemheffing en zuiveringsheffing werd de zaak terugverwezen naar de heffingsambtenaar voor verdere behandeling. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn werd afgewezen.