ECLI:NL:RBZWB:2022:5245
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging bij belastingaanslag 2017
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de belastingdienst inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017. Het beroep is door de rechtbank Oost-Brabant doorgezonden naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die bevoegd is het beroep te behandelen.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is. De gemachtigde van belanghebbende heeft bij het beroepschrift geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens belanghebbende het beroep in te stellen, terwijl dit op verzoek van de rechtbank wel vereist is volgens artikel 8:24, tweede lid, Awb.
De rechtbank heeft meerdere malen schriftelijk verzocht om het verzuim te herstellen, waaronder aangetekende brieven met waarschuwingen over niet-ontvankelijkheid. Ondanks deze herhaalde verzoeken is geen machtiging ingediend. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging voor de gemachtigde.