ECLI:NL:RBZWB:2022:5276
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag uitkering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, ingediend op 3 maart 2022. Verweerder had geen vaste beslistermijn, maar stelde een termijn van uiterlijk 5 juni 2022, die is verstreken zonder besluit.
Eiser stelde verweerder op 24 juni 2022 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog te beslissen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor iedere dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen omdat de termijn voor betaling van de dwangsom nog niet is verstreken.
Verweerder moet het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 379,50 betalen, gebaseerd op een lichte zaak en de inzet van een gemachtigde. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 8 september 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.