ECLI:NL:RBZWB:2022:5291
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 10 mei 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, verlengd met zes maanden, op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder op 8 mei 2022 in gebreke, waarna verweerder de ingebrekestelling op 11 mei 2022 ontving. Na het verstrijken van de wettelijke termijn stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Verweerder vroeg om een langere beslistermijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldigheid. De rechtbank acht een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst een verlenging van de termijn wegens vertraging door eiser af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. Verweerder moet het betaalde griffierecht van € 50,- en proceskosten van € 379,50 aan eiser vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van negen weken op voor het nemen van een besluit en legt een dwangsom op aan verweerder.