ECLI:NL:RBZWB:2022:5292
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 19 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, op deze aanvraag beslist. De uiterste beslistermijn was 19 april 2022, maar op die datum was nog geen besluit genomen.
Eiseres heeft verweerder op 3 juni 2022 ingebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen en draagt verweerder op binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de complexiteit van de herbeoordeling, maar de rechtbank acht acht weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 379,50 betalen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.