ECLI:NL:RBZWB:2022:5294
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanwijzingsbesluit gereguleerd parkeren in woonwijk Breda
Eiser betwist het aanwijzingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda waarbij een deel van zijn woonwijk is aangewezen als gebied voor gereguleerd parkeren. Hij voert aan dat het college ten onrechte heeft afgezien van een parkeerenquête en onvoldoende rekening heeft gehouden met individuele belangen.
De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd is en een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het aanwijzen van parkeergebieden. Uit onderzoeksrapporten blijkt dat op meerdere momenten een parkeerdruk van meer dan 90% is vastgesteld, wat het college rechtvaardigt om af te zien van een parkeerenquête. Het zogenaamde waterbedeffect, waarbij verkeer zich verplaatst naar niet-gereguleerde straten, is een bekend fenomeen en het college mocht hier in redelijkheid rekening mee houden.
Verder is vastgesteld dat de belangenafweging zorgvuldig heeft plaatsgevonden, waarbij ook een klankbordgroep is betrokken. Het individuele belang van eiser, zoals de kosten van een parkeervergunning, weegt niet zwaarder dan het algemene belang bij het reguleren van parkeren.
Het college heeft het bevoegdheidsgebrek dat ontstond door mandaatcorrectie hersteld. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het aanwijzingsbesluit gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanwijzingsbesluit gereguleerd parkeren wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.