ECLI:NL:RBZWB:2022:5325
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres diende op 18 november 2020 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, had uiterlijk op 18 mei 2021 moeten beslissen, met een mogelijke verlenging tot 18 november 2021. Deze termijn werd overschreden.
Eiseres stelde verweerder op 21 april 2022 in gebreke, waarna verweerder de ingebrekestelling op 12 mei 2022 ontving. De rechtbank constateert dat de beslistermijn inmiddels is verstreken en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor iedere dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 379,50 betalen. De rechtbank wijst een verzoek tot verlenging van de beslistermijn af en ziet geen aanleiding om de dwangsom te verlagen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van kosten.