ECLI:NL:RBZWB:2022:5326
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen omgevingsvergunning uitbreiding hotel en wijziging monument
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena om een omgevingsvergunning te verlenen voor de uitbreiding van een hotel en wijzigingen aan een rijksmonument aan een adres te [plaatsnaam 1]. Het betrof een uitbreiding met een serre buiten het bouwvlak, aanpassing van een monumentale muur en het aanbrengen van een terras.
De rechtbank oordeelde dat het beroep van eisers sub 2 ontvankelijk is, ondanks een discussie over de termijn voor het indienen van gronden. Vervolgens werd beoordeeld of de uitbreiding in strijd was met de bestemming horeca, de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering en een andere dubbelbestemming gerelateerd aan het beschermd stadsgezicht. De rechtbank concludeerde dat de uitbreiding past binnen de planregels en dat de benodigde adviezen van het Waterschap en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed positief waren.
Eisers voerden aan dat het college niet bevoegd was om af te wijken van het bouwvlak en dat de bouwhoogte en effecten op het bebouwingsbeeld, parkeren, verkeersveiligheid, milieusituatie en woonsituatie onvoldoende waren gemotiveerd. De rechtbank verwierp deze bezwaren, onder meer omdat de serre als bijgebouw ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, de bouwhoogte binnen de norm blijft en de geluidsoverlast niet onevenredig toeneemt. Ook werd geoordeeld dat het uitzicht en woongenot van eiseres sub 1 niet onevenredig worden aangetast.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid het belang van vergunninghouder kon laten prevaleren en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van het hotel en wijziging van het monument wordt ongegrond verklaard.