ECLI:NL:RBZWB:2022:5403
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tijdige beslissing bezwaar Wmo 2015
Verzoekster stelde beroep in tegen het college van burgemeester en wethouders van Tilburg omdat zij meende dat het college niet tijdig had beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het bezwaar betrof een besluit van 30 november 2020 en was ingediend op 31 december 2021.
Op 16 juni 2022 heeft het college alsnog een beslissing genomen op het bezwaar, waarna verzoekster haar beroep introk en verzocht om een proceskostenvergoeding. Het college stemde hiermee in. De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek om proceskostenveroordeling.
De rechtbank oordeelde dat het beroep terecht was ingetrokken omdat het college aan het beroep tegemoet was gekomen. De proceskostenveroordeling werd beperkt tot de beroepsfase, aangezien voor de bezwaarfase al een proceskostenvergoeding was toegekend. Gezien de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep werd het geschil als licht beschouwd en werd het bedrag vastgesteld op €379,50. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €50,- door het college moet worden vergoed.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €379,50 en het griffierecht van €50,-.