ECLI:NL:RBZWB:2022:5404

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 september 2022
Publicatiedatum
16 september 2022
Zaaknummer
AWB- 22_734
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbWet studiefinanciering 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep tegen intrekking uitwonendenbeurs wegens niet betalen griffierecht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tot intrekking en terugvordering van zijn uitwonendenbeurs. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser het griffierecht van €50,- niet binnen de gestelde termijn heeft betaald.

De griffier heeft eiser meerdere malen schriftelijk en aangetekend verzocht het griffierecht te voldoen. Eiser heeft verzocht om vrijstelling wegens betalingsonmacht, maar heeft geen nadere gegevens over inkomen en vermogen verstrekt. De rechtbank heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen.

Daarna is eiser opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen, maar dit is niet gebeurd en er is geen verontschuldiging gegeven. De rechtbank verklaart daarom het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/734

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2022 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 23 december 2021 (het bestreden besluit) inzake de intrekking van zijn uitwonendenbeurs en de terugvordering daarvan ingevolge de Wet studiefinanciering 2000.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 12 maart 2022 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
Eiser heeft op 21 maart 2022 om vrijstelling van het griffierecht in verband met betalingsonmacht verzocht. De rechtbank heeft eiser bij aangetekend verzonden brief van 5 april 2022 verzocht om gegevens over zijn inkomen en vermogen in te dienen. Eiser heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 22 juni 2022 het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
Vervolgens is eiser eerst bij gewone brief en daarna bij aangetekend verzonden brief van 22 juli 2022 opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 16 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.