ECLI:NL:RBZWB:2022:5444
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 30 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van nog eens zes maanden, een besluit genomen. De uiterste beslistermijn was 30 april 2022.
Eiseres heeft verweerder op 29 juni 2022 in gebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen vier weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiseres. Verder moet verweerder het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden en een proceskostenvergoeding van €379,50 betalen, berekend op basis van een lichte zaak en de inzet van een gemachtigde.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.