ECLI:NL:RBZWB:2022:5445
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 2 december 2020 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk 2 juni 2021 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder op 26 april 2022 in gebreke, waarna hij binnen twee weken beroep kon instellen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Hoewel verweerder om een langere termijn van dertien weken vroeg vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de herbeoordeling, acht de rechtbank een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak redelijk.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht en proceskosten vergoeden aan eiser. De rechtbank ziet geen reden om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiser.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 19 september 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.