ECLI:NL:RBZWB:2022:5447
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking bezwaar tegen lening
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin zij werd medegedeeld dat zij een lening van €7.654,- moest terugbetalen met maandelijkse incasso's vanaf 1 januari 2022.
Het bezwaar werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard, waarna verzoekster beroep instelde. Vervolgens trok de minister het bestreden besluit in en schold de leningschuld kwijt, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister aan het beroep tegemoet was gekomen en kende op grond van artikel 8:75a Awb proceskosten toe voor de beroepsfase. De kosten werden vastgesteld op €759,- voor rechtsbijstand. De griffierechtvergoeding van €49,- dient verzoekster rechtstreeks bij de minister te vorderen.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en de griffier was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van €759,- aan proceskosten aan verzoekster.