Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Beoordeling door de rechtbank
3.Conclusie en gevolgen
4.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende een aanslag forensenbelasting 2019 op, die bij bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende stelde dat de woning minder dan 90 dagen voor eigen gebruik beschikbaar was en dat de woning grotendeels aan een verhuurbedrijf ter beschikking stond.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat de aanslag onterecht was opgelegd. De woning was in 2019 feitelijk 65 dagen door belanghebbende gebruikt en 194 dagen verhuurd via het verhuurbedrijf. De schriftelijke overeenkomst en de feitelijke uitvoering toonden aan dat de woning niet meer dan 90 dagen voor eigen gebruik beschikbaar was.
De rechtbank vernietigde daarom de uitspraak op bezwaar en de aanslag forensenbelasting. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag forensenbelasting 2019 wordt vernietigd en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.