Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Beoordeling door de rechtbank
3.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking voor het jaar 2020, waarin de waarde van zijn woning was vastgesteld op €217.000. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 30 augustus 2022 bereikten partijen overeenstemming over een aangepaste WOZ-waarde van €190.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar. Tevens werd de aanslag onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing en watersysteemheffing aangepast op basis van de nieuwe waarde.
Belanghebbende vorderde daarnaast een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de bezwaar- en beroepsfase meer dan twee jaar duurde, met een overschrijding van ongeveer zes maanden. Daarom kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €500 toe, te betalen door de Staat.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €2.104 aan belanghebbende. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: WOZ-waarde verminderd tot €190.000 en schadevergoeding van €500 toegekend wegens termijnoverschrijding.