ECLI:NL:RBZWB:2022:5495
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging bij aanslag vennootschapsbelasting 2019
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2019 en de daarbij opgelegde verzuimboete. Het beroep is ingesteld door een gemachtigde, maar zonder dat een machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat deze gemachtigde bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft de gemachtigde tweemaal verzocht om binnen een termijn van vier weken alsnog een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister te overleggen. Uit het overgelegde uittreksel bleek dat belanghebbende geen bestuurder heeft, omdat de voorlaatste bestuurder is overleden en de opvolgend bestuurder zich heeft uitgeschreven zonder een nieuwe bestuurder te benoemen.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende gegevens zijn verstrekt om vast te stellen dat de gemachtigde bevoegd is om het beroep in te stellen. Het ontbreken van een machtiging leidt ertoe dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging voor de gemachtigde.