Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2022 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaatsnaam 1] , eiser
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het verlenen van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Middelburg aan een vergunninghouder voor het bouwen van een gezondheidscentrum met zorgwoning op een perceel in Middelburg. Het college had de vergunning verleend op 26 mei 2021 en het bezwaar van eiser op 26 oktober 2021 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2022 behandeld en beoordeelt of het college terecht gebruik heeft gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid om de vergunning te verlenen. De vergunning betreft de activiteiten bouwen, gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan en het realiseren van een uitrit. De rechtbank ziet af van toetsing aan bouwvoorschriften waarop eiser zich niet richt.
Eiser stelde dat het plan niet voldoet aan de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan, omdat onduidelijk is welke activiteiten in het gezondheidscentrum plaatsvinden en omdat een zorgwoning niet past binnen de bestemming. De rechtbank oordeelt dat reguliere activiteiten van een gezondheidscentrum onder de toegestane maatschappelijke voorzieningen vallen en dat een zorgwoning als beschermde woonvorm binnen de bestemming past. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat het plan in strijd zal zijn met het bestemmingsplan.
Verder stelde eiser dat onvoldoende parkeerplaatsen en laad- en losvoorzieningen aanwezig zijn. De rechtbank stelt dat de CROW-normen niet bindend zijn en dat het college niet mag weigeren op basis van deze normen. Er zijn geen weigeringsgronden en de vergunning is daarom terecht verleend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het gezondheidscentrum met zorgwoning wordt ongegrond verklaard.