ECLI:NL:RBZWB:2022:5507
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroepen tegen afwijzing ambtshalve vermindering vennootschapsbelasting
Belanghebbende heeft bij de inspecteur verzoeken ingediend om ambtshalve vermindering van aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2013-2014 en 2015, inclusief verzuimboetes en belastingrente. De inspecteur wees deze verzoeken af en verklaarde de daarop volgende bezwaren niet-ontvankelijk omdat de beslissingen niet voor bezwaar vatbaar zijn.
Belanghebbende richtte zich vervolgens met beroepen tot de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Tijdens de zitting verscheen alleen de inspecteur; belanghebbende was niet aanwezig ondanks tijdige uitnodiging. De rechtbank moest beoordelen of zij bevoegd was de beroepen te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat de beslissingen van de inspecteur op verzoeken om ambtshalve vermindering kwalificeren als beschikkingen op grond van artikel 65 AWR Pro, waartegen geen beroep openstaat bij de belastingrechter. Daarom is de rechtbank onbevoegd en kan zij de beroepen niet inhoudelijk behandelen.
De rechtbank adviseert belanghebbende om de rechtmatigheid van de inspecteursbeslissingen aan de burgerlijke rechter voor te leggen. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de beroepen tegen de afwijzing van verzoeken om ambtshalve vermindering vennootschapsbelasting.