Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in de Verenigde Staten, diende de aangifte inkomstenbelasting over 2019 enkele dagen te laat in, ondanks herhaalde uitnodigingen en aanmaningen van de Belastingdienst.
De inspecteur legde een verzuimboete van €385 op wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. Belanghebbende voerde aan dat zij vanwege haar leeftijd, taalbeheersing en het feit dat zij lange tijd niet in Nederland verbleef, niet tijdig kon reageren en dat zij geen schuld treft.
De rechtbank oordeelt dat de verzuimboete terecht is opgelegd omdat belanghebbende niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht om tijdig aangifte te doen. De enkele overschrijding van de termijn rechtvaardigt de boete, die passend en geboden wordt geacht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de verzuimboete blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de verzuimboete van €385 wegens te late aangifte inkomstenbelasting 2019.